Muziek die in geen enkel hokje past

Hij heet Herman Rijks maar in Spanje, het land waar hij al jaren woont, kennen ze hem als Hermane. Met zijn composities met melodieuze, bijna fragiele texturen op de piano, de synthesizer er als een zacht tapijtje onder, maar dan ineens pompeuze elektronische klanken en een stevig drumritme, heeft hij daar een flinke bekendheid opgebouwd. Vooral in Zuid-Spanje slaat zijn muziek erg aan. “Ik kan hier makkelijk zalen met tweehonderd man publiek vullen. Maar ik zou het fijn vinden om ook eens in Nederland door te breken. Dat is niet zo gemakkelijk, want hoe kom je er tussen? Dat valt niet mee als niemand je kent.”

Om aan die bekendheid iets te doen heeft Herman nu zelf een korte Holland Tour geregeld. Tussen 1 en 14 april treedt hij op in zes kleinere theaters. Hij hoopt dat hij op die manier de aandacht kan trekken van de Nederlandse muziekindustrie.

Een van de theaters die hij aandoet is CulturA & Zo in Nootdorp, waar hij op 4 april een concert geeft onder de titel ‘Ergens tussen Chopin en Vangelis’. Dat optreden is in een regio die hij goed kent, want vele jaren geleden studeerde hij aan de TU in Delft af als ingenieur. Hij speelde destijds ook in verschillende bandjes in de regio.

Na zijn studie vertrok hij direct naar de Antillen, waar hij een jaar als professioneel pianist werkte in hotels en pianobars. Pas daarna ging hij als landenmanager aan de slag bij een multinational in Zuid-Amerika en de Verenigde Staten. Maar de muziek bleef trekken. “Dat bleef naast het werk altijd een heel belangrijk deel van mijn leven. In Budapest bijvoorbeeld trad ik veel op, ik speelde daar met topmuzikanten en operazangeressen en ook sinds mijn verhuizing naar Spanje ging dat zo, met zangeressen, gitaren erbij. We hebben hier shows gehad waarin we met twintig man op het podium stonden. In Spanje trad ik ook jaren op met een lokaal bekende Flamengo gitarist. Maar hoe meer muzikanten je erbij haalt, hoe meer je jezelf ook in een keurslijf dwingt.”

Herman kreeg steeds meer het gevoel dat hij terug wilde naar de basis: zélf muziek maken, zijn eigen stukken schrijven. “Daar hou ik echt van. Als ik achter de piano ga zitten om een stuk te componeren, dan kan ik helemaal in de flow komen, dan kan ik gerust tot vier uur ’s nachts doorgaan. Ik kwam er steeds meer achter: ik wil niet meer al die mensen erbij, ik moet het gewoon zelf doen. Dan kan mijn linkerhand achter mijn rechterhand aan gaan, dan kan ik de dynamiek helemaal naar mijn hand zetten.”

Het werden dus steeds meer soloconcerten. Daarbij maakte hij het zich niet gemakkelijk, want alleen een piano is ook zowat. Dus zet hij een synthesizer op de vleugel, want per slot van rekening heeft hij twee handen. “En ik dacht: welke ledematen heb ik nog over? Toen heb ik met wat pads een drumstel in elkaar geflanst dat ik met mijn linkervoet kan bespelen. En dan zet ik er nog een vocoder of een harmonizer bij waar ik in kan zingen, zodat ik veel extra klanken kan maken. Als je je best doet kun je ergens tussen een saxofoon en een cello uitkomen.”

De muziek die hij componeert en uitvoert, die kan hij zelf erg moeilijk in een hokje plaatsen, zegt Herman. “Het is geen klassieke muziek, maar het heeft er wel trekjes van. De klassieke grootmeesters zijn altijd de basis, die stijl van componeren, daar bouw ik op voort. Het begint altijd met de piano en dan uitproberen en kijken wat er komt, een beetje naar links, een beetje naar rechts, dan door in een andere toonsoort. Tijdens een concert gaat dat ook zo: een nummer spelen, een beetje improviseren, de gekste akkoorden erbij en dan langzaam naar het volgende nummer. Wat er gebeurt is soms voor mezelf ook een verrassing. Ik laat mijn vingers los en laat mijn handen gewoon hun gang gaan.”

Ook al is wat hij speelt dus niet precies te duiden en klinkt het misschien erg experimenteel; saai zijn de concerten van Hermane bepaald niet. “Ik probeer het publiek er altijd bij te betrekken door mee te klappen en te zingen. Aan het eind van de show heb ik ze meestal te pakken, dan staat iedereen mee te swingen.”

Het optreden in CulturA & Zo op 4 april begint om kwart over acht. Kaarten kosten € 12,50.